In een grote stad valt het meestal niet mee om een hotel te vinden met privé parkeerplaatsen voor onze dames. Eigenlijk moet ik zeggen dame want hoewel de tieten van Reggie's strijdros anders doen vermoeden maakt de naam BMWitte het wat ingewikkeld.

De baas van de parking van Hotel Heroismo maakt het geen barst uit. Dame, heer of iets daartussen... hij bewaakt ze met zijn leven. Bij aankomst moest hij even aan ons wennen maar toen hij eenmaal doorhad wat voor vlees hij in zijn garage had demonstreerde hij wat hulpvaardigheid op z'n Portugees betekent.

Zeg nou zelf, zou jij fratsen uithalen als deze held op je let?

Heel anders liep het in Caldas da Rainha waar de hotelmeneer weinig buigzaam was. We moesten het doen met een gratis stekkie in de openbare parkeergarage waar ik doorgaans, als afgestudeerd kniesoor, wat minder blij van wordt. Dit zou bijna nog een nare afloop hebben maar daarover later meer.

Voordat we het gezellige Porto konden verlaten moesten we natuurlijk een plaatje schieten van de beroemde Ponte de Dom Luís I brug waar auto's onder de trein door de Douro rivier mee oversteken. Eenmaal aangekomen bij de brug maakten een drietal dames er grondig werk van om vanuit alle windrichtingen selfies en onsies te maken. Het feit dat wij aan de zijlijn al meer dan 5 minuten steeds minder geduldig naar hun stuiptrekkingen stonden te kijken ging volledig onopgemerkt aan ze voorbij. Alleen een rauwe brul van mij deed ze geschrokken uit beeld bewegen maar wel met gezichten die weinig waardering verrieden voor die twee ongure motormuizen op links.

Toen we na een paar snelle kiekjes voldoende uit het zicht waren verdwenen gingen de dames gewoon door met hun zelfbewondering alsof er nog geen foto geschoten was.

Na de overdaad aan bochten de afgelopen dagen voelde een stukkie recht asfalt bijna als verlossing. Dat werd anders toen we een strakke streep van pak-em-beet 150 kilometer door de duinen moesten trekken. Wel een mooie gelegenheid om mijn nieuwste aanwinst, de volautomatische cruise control, eens aan de tand te voelen. Met het gevaar dat ik voortaan als mietje door het leven ga vind ik zo'n vernuftig kleinood nu bijna net zo lekker als mijn verwarmde handvatten.

Om me niet een breuk te sjouwen aan die loodzware tassen leek het snugger om de motoren na het ontbijt eerst van de parkeergarage naar de ingang van het hotel te rijden. Effe snel zonder handschoentjes, jas en helm omdat het immers strak om de hoek is. Met de finish in het zicht sloeg mijn hart 5 slagen over van de luide Braaaaaap... die uit de aansnellende politiewagen kwam. De agent die uitstapte was er een van het type waar je niet mee wil sollen dus ik begon behoedzaam met "Sorry sir". Hij moest even schakelen en antwoordde bits met "Where is your helmet?". Gepast onderdanig antwoordde ik "In the hotel sir..." terwijl ik naar de ingang wees die wij probeerden te bereiken. Hij twijfelde zichtbaar over de actie die het best zou passen tot zijn collega vanuit de auto ons het advies gaf om lopend met de motoren naar het hotel te bewegen. "You must walk!" klonk het uit de mond voor mij in een taal die het midden hield tussen Engels en Portugees. Bij zijn tweede poging om dit te communiceren drong het tot me door dat dit grapje ons geen schavot of greep uit onze schatkist ging opleveren.

Dus ook de lokale hermandad is goed te pruimen in dit mooie land!

Hoog in de bergen stijgt het kwik naar een hoogte waar zelfs onze koelvesten bijna geen raad mee weten. Zo'n vest vul je met een half litertje water en door de verdamping als gevolg van de hitte onder je pak wordt warmte aan je lichaam onttrokken. En dat werkt verbluffend goed. De wind die bij 39 graden onder je vizier doorpiept om je huid te knuffelen voelt echter als een föhn op het hoogste standje.

Op iets wat er uitziet als een terras mengen we ons tussen de locals om het vocht weer een beetje aan te vullen. Zo ontmoeten we de 67 jaar jonge Jose die eerst een koffietje scoort en ons daarna toevertrouwd dat hij een Yamaha Thundercat heeft gehad. Hij heeft er mooie herinneringen aan maar baalt dat hij zijn vrouw nooit achterop heeft gekregen. Eerder op de dag scoorden we één van de nationale symbolen; Pastel de Nata. Vanaf vandaag behoren die verrukkelijke versnaperingen tot ons standaard motormenu.

Ondanks alle ontberingen maken we vandaag weer tijd voor cultuur. Zo bezoeken we Cabo de Roca wat officiëel het meest westelijke puntje van Europa is. Ook doen we een vergeefse poging om Penja Palace fatsoenlijk voor de lens te krijgen ware het niet dat vandaag volgens mij alle Portugezen massaal besloten hebben om hetzelfde te doen.

Lissabon is een enorme metropool met stoplichten die elkaar perfect afwisselen. Dat wil zeggen als de een na lang dralen op groen springt is dat het sein voor de volgende om meteen op rood te gaan. Dat is het summum van genieten omdat de warmte van boven dan geholpen wordt door de opstijgende hitte van je stampende cylinders om ook het laatste beetje zweet uit onze getergde lichamen te persen.

Het kost wat moeite om in het stadsgewoel de meest gunstige aanrijroute van de Ponte 25 de Abril aan te snijden. Eenmaal hoog boven de stad en het zeekanaal verheven zijn we diep onder de indruk van dit toonbeeld van menselijk vernuft. Ik moet iets gaan bedenken om beelden te kunnen schieten tijdens het rijden want dergelijke indrukken laten zich moeilijk alleen in woorden vangen. Dat geldt ook voor de Harley die me boven op de brug op links passeert. De bestuurder had zowaar een hond in een mandje die in de volle wind boven op de brug op zijn helm klom. Aan de bruuske gebaren van onze collega motormenner meende ik op te maken dat dit niet geheel de bedoeling was. Gelukkig was het armzalige beessie met een tuigje vastgezet en slingerde hij met een salto achterover pardoes weer in zijn mandje.

Route wordt geladen…

Onder Lissabon ligt de havenstad Setúbal waar we een bed en een voedzame hap willen scoren. Meteen na het ontbijt kunnen we dan de veerboot op rollen om onze volgende duinenpartij te kunnen bereiken. Het is een redelijk grote stad dus we besluiten om geen gebruik te maken van internet maar ter plaatse een gunstig gelegen hotel te zoeken.

Fout!!

Inmiddels hebben we nu geleerd dat Setúbal dé place to be is voor Portugese toeristen en alle hotels nagenoeg ieder weekeinde tot aan de nok toe zijn gevuld. Alleen als je bereid bent om meer dan 400 euro voor een nacht neer te tellen gaat de deur voor je open. Internet biedt geen soelaas en verwijst ons 40 km terug naar Lissabon. Bij het vijfde hotel waar ik te horen krijg dat ze vol zijn ontmoet ik het gouden duo achter de receptie. Ze klimmen meteen in de telefoon om ergens een stekkie voor ons te vinden dat geen honderden euries kost. Ook zij vangen bot. Zelfs het meest sleazy hotel in de buurt zit vol.

Buiten kom ik met Reggie tot de slotsom dat er weinig anders opzit dan op onze schreden terug te keren naar Lissabon. Tijdens alle andere reizen vervolgde ik in dergelijke gevallen de route om vanzelf iets tegen te komen. Maar zelfs áls we de boot nog halen is er aan de andere kant van de plas de eerste 100km ook niets te vinden.

We hebben de startsleutel al in de hand als het gouden duo naar buiten komt; "we hebben iets gevonden..!". Aan de andere kant van de stad heeft het Ibis hotel nog plaats voor ons. Het wordt de slechtste kamer voor de hoogste prijs deze week maar hé we hebben een enigszins betaalbaar dak boven ons hoofd.

Met dank aan het gouden duo!

Op de boot ontmoet ik collega motorrijder en gelijkgestemde geest Mario die bevlogen verhaalt over zijn motoravonturen in Marokko. Diezelfde avond nog krijg ik een contactverzoek van hem via facebook.

Eenmaal aan de overkant ontdekken we inderdaad dat daar niet veel te slapen valt voor de reiziger met een doorsnee beurs. Pas na 100 km door de duinen worden de contouren van een plaatsje zichtbaar waar we dan ook maar meteen onze gebruikelijke cappucino met pastel de nata scoren.

We slechten de laatste kilometers door de verzengende hitte naar een hoognodige en welverdiende pauze met zon, zee, lekker eten en vooral parasols. Ons Portugese feestje is dit jaar helemaal compleet omdat we dit in het heerlijke gezelschap van onze wederhelften gaan beleven.